Skip to content
Alphenaer is het merk van:

Welke audits moet een geitenkaasproducent doorlopen voor industriële levering?

Een geitenkaasproducent die levert aan de voedingsindustrie moet minimaal beschikken over een erkende voedselveiligheidscertificering zoals FSSC 22000, BRC Food Safety of IFS Food. Deze certificeringen zijn in de praktijk verplicht gesteld door grote retailers, foodservicebedrijven en industriële afnemers als voorwaarde voor toelating als leverancier. Afhankelijk van de afzetmarkt en het type levering kunnen daar aanvullende audits en documentatie-eisen bij komen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over audits en certificeringen voor industriële kaaslevering.

Welke certificeringen zijn verplicht voor industriële kaaslevering?

Voor industriële kaaslevering zijn FSSC 22000, BRC Food Safety en IFS Food de drie meest gevraagde certificeringen. Hoewel er formeel geen wettelijke verplichting bestaat voor één specifiek schema, stellen vrijwel alle grote inkopers in de voedingsindustrie een van deze certificeringen als harde eis. Zonder geldig certificaat kom je bij de meeste professionele afnemers niet door de leveranciersscreening.

Naast deze drie hoofdschema’s zijn er aanvullende eisen die afhankelijk zijn van de specifieke markt of het type product. Denk aan biologische certificering voor biologische geitenkaas, of een halalcertificering voor bepaalde exportmarkten. Ook de basiswetgeving rondom voedselveiligheid, zoals de Europese Verordening (EG) 852/2004, vormt altijd de onderliggende basis waaraan iedere producent sowieso moet voldoen.

Voor inkopers als Marco is het bezit van een actueel certificaat een eerste selectiecriterium. Het geeft zekerheid dat de producent systematisch werkt aan voedselveiligheid en dat er onafhankelijke controle plaatsvindt op de productieprocessen.

Wat is het verschil tussen FSSC 22000, BRC en IFS?

FSSC 22000, BRC Food Safety en IFS Food zijn alle drie GFSI-erkende voedselveiligheidsschema’s, maar ze verschillen in opzet, beoordeling en marktacceptatie. FSSC 22000 is gebaseerd op de ISO 22000-norm en wordt breed geaccepteerd in de internationale industrie. BRC is ontwikkeld door het British Retail Consortium en heeft een sterke positie in de Britse en internationale retailmarkt. IFS is populair in de Duits- en Franstalige retailmarkt.

FSSC 22000

FSSC 22000 combineert ISO 22000 met sectorspecifieke vereisten en aanvullende FSSC-eisen. Het schema is sterk gericht op systeemdenken en risicobeheer. Voor producenten die internationaal leveren aan de voedingsindustrie is dit schema breed geaccepteerd en erkend door grote multinationals.

BRC en IFS

BRC Food Safety en IFS Food zijn beide productgerichte schema’s met gedetailleerde technische eisen per productcategorie. BRC heeft een sterke positie bij Britse en internationaal georiënteerde retailers. IFS wordt met name gevraagd door retailers in Duitsland, Frankrijk en andere Europese markten. Beide schema’s werken met een puntensysteem en kennen gradaties in het auditresultaat, zoals een AA-score bij BRC of een hogere procentuele score bij IFS.

De keuze voor een specifiek schema hangt af van de eisen van de afnemer. Veel producenten kiezen ervoor om meerdere certificeringen te combineren om toegang te krijgen tot verschillende marktsegmenten.

Hoe vaak moet een geitenkaasproducent een audit ondergaan?

Een geitenkaasproducent met een FSSC 22000-, BRC- of IFS-certificering wordt in de regel jaarlijks geauditeerd door een geaccrediteerde certificerende instelling. De auditfrequentie kan toenemen als een eerdere audit tekortkomingen heeft opgeleverd of als het risiconiveau van de productie daartoe aanleiding geeft.

Naast de jaarlijkse hercertificeringsaudit zijn er ook tussentijdse surveillance-audits mogelijk, afhankelijk van het gekozen schema en de behaalde score. Bij BRC kan een lagere score leiden tot een onaangekondigde audit. Sommige grote afnemers voeren bovendien eigen leveranciersaudits uit, los van de certificeringsaudit. Dit betekent dat een producent in de praktijk meerdere keren per jaar door externe partijen beoordeeld kan worden.

Intern voert een serieuze producent ook regelmatig interne audits uit als onderdeel van het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit is niet alleen een eis vanuit de certificeringsschema’s, maar ook een effectief middel om continu te verbeteren en verrassingen bij externe audits te voorkomen.

Welke documentatie moet een kaasproducent aanleveren bij een audit?

Bij een voedselveiligheidsaudit moet een kaasproducent een uitgebreid pakket aan documentatie kunnen overleggen. De kern bestaat uit het HACCP-plan, het kwaliteitshandboek, procesbeheersingsplannen en registraties van kritische controlepunten. Zonder actuele en volledige documentatie is een succesvolle audit vrijwel onmogelijk.

Concreet gaat het onder andere om de volgende documenten:

  • HACCP-analyse en bijbehorende risicobeoordelingen
  • Interne auditrapportages en correctieve maatregelen
  • Leveranciersbeoordelingen en inkoopspecificaties
  • Productspecificaties en allergenenregistratie
  • Reinigings- en desinfectieplannen met uitvoeringsregistraties
  • Temperatuurregistraties en kalibratierapportages van meetapparatuur
  • Trainingsregistraties van medewerkers
  • Traceerbaarheidsregistraties van grondstof tot eindproduct
  • Klachtenregistratie en recall-procedure

De volledigheid en actualiteit van deze documentatie is voor inkopers een directe indicatie van de volwassenheid van het kwaliteitssysteem van een leverancier. Ontbrekende of verouderde documenten zijn een veelvoorkomende reden voor tekortkomingen bij audits.

Wat betekent een auditresultaat voor de inkoopbeslissing?

Het auditresultaat van een leverancier is voor inkopers in de voedingsindustrie een belangrijke factor in de leveranciersbeoordeling. Een hoge score of een onberispelijk certificaat vergroot het vertrouwen in de leverancier en verlaagt het risico op kwaliteitsproblemen in de eigen productieketen. Een lage score of een certificaat met majeure tekortkomingen kan een leverancier uitsluiten van verdere samenwerking.

Veel inkopers hanteren een minimale scoredrempel als harde eis. Bij BRC betekent dit bijvoorbeeld minimaal een B-grade; bij IFS een score boven een bepaald percentage. Leveranciers met een AA-score of een hogere IFS-score worden vaak als preferred supplier beschouwd en krijgen voorrang bij nieuwe opdrachten.

Naast de score zelf kijkt een professionele inkoper ook naar de aard van de bevindingen. Tekortkomingen op het gebied van traceerbaarheid of allergenenbeheer wegen zwaarder dan een administratieve onvolkomenheid. Het auditrapport geeft inzicht in hoe een producent omgaat met risico’s en of er een cultuur van continue verbetering aanwezig is.

Welke aanvullende audits zijn relevant voor private label en export?

Voor private label productie en export naar specifieke markten zijn aanvullende audits en certificeringen vaak noodzakelijk. Naast de standaard voedselveiligheidscertificering vragen retailers voor private label producten regelmatig een eigen leveranciersaudit of aanvullende producteisen. Voor export buiten de EU gelden bovendien landspecifieke eisen die kunnen leiden tot extra inspecties of certificaten.

Relevante aanvullende audits en certificeringen zijn onder andere:

  • Biologische certificering: Verplicht voor producten met een biologisch keurmerk, uitgevoerd door een erkende controle-instantie zoals Skal in Nederland.
  • Halalcertificering: Vereist voor levering aan markten in het Midden-Oosten en voor halal-gecertificeerde productlijnen.
  • Koshercertificering: Gevraagd voor specifieke markten en doelgroepen.
  • Retailspecifieke leveranciersaudits: Grote retailers hanteren eigen auditprogramma’s bovenop de GFSI-certificering.
  • Exportcertificaten: Afhankelijk van het bestemmingsland kunnen veterinaire certificaten of landspecifieke goedkeuringen vereist zijn.
  • MVO- en duurzaamheidsaudits: Steeds vaker gevraagd door retailers en foodservicebedrijven als onderdeel van hun inkoopbeleid.

Voor productontwikkelaars zoals Laura, die werken met specifieke ingrediënten of doelgroepen, is het belangrijk om al in een vroeg stadium te inventariseren welke certificeringen nodig zijn voor het beoogde eindproduct en de beoogde markt.

Hoe DeJong Cheese omgaat met audits en certificeringen

Als familiebedrijf met jarenlange ervaring in de productie van geitenkaasspecialiteiten onder het merk Alphenaer begrijpen wij als geen ander wat industriële afnemers nodig hebben op het gebied van voedselveiligheid en certificering. Wij werken met erkende voedselveiligheidscertificeringen en zorgen dat onze documentatie altijd actueel en volledig is, zodat onze klanten geen verrassingen tegenkomen bij hun eigen audits of leveranciersbeoordelingen.

Wat wij bieden voor inkopers en productontwikkelaars:

  • Actuele voedselveiligheidscertificeringen voor industriële levering
  • Volledige productspecificaties, allergenenregistratie en traceerbaarheidsdocumentatie op aanvraag
  • Flexibiliteit in private label productie, inclusief begeleiding bij aanvullende certificeringseisen
  • Consistente kwaliteit en betrouwbare levering, ook op grote volumes
  • Persoonlijke ondersteuning bij productontwikkeling en smaakcombinaties met onze geitenkaasspecialiteiten

Wil je weten of onze geitenkaasspecialiteiten passen bij jouw productielijnen of productconcepten? Neem dan rechtstreeks contact met ons op en we denken graag met je mee.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het om een FSSC 22000-, BRC- of IFS-certificering te behalen als je nog niet gecertificeerd bent?

Het behalen van een eerste certificering duurt gemiddeld zes tot twaalf maanden, afhankelijk van de volwassenheid van het bestaande kwaliteitssysteem. De voorbereiding omvat het opzetten of aanpassen van het HACCP-plan, het kwaliteitshandboek en alle ondersteunende procedures, gevolgd door een interne audit en een pre-assessment. Producenten die al beschikken over een gedegen voedselveiligheidssysteem kunnen dit traject soms aanzienlijk verkorten door gericht de schema-specifieke gaten te dichten.

Wat zijn de meest voorkomende redenen waarom kaasproducenten een audit niet halen of een lage score behalen?

De meest voorkomende tekortkomingen bij audits zijn onvolledige of verouderde documentatie, gebrekkige traceerbaarheidsregistraties en onvoldoende geborgd allergenenbeheer. Ook tekortkomingen in de hygiënebeheersing, zoals ontbrekende kalibratierapportages van meetapparatuur of niet-uitgevoerde interne audits, worden regelmatig als bevinding genoteerd. De beste voorbereiding is een grondige interne audit op basis van de officiële checklijst van het betreffende schema, ruim vóór de externe auditdatum.

Kan een geitenkaasproducent meerdere certificeringen tegelijk combineren, en is dat kostenefficiënt?

Ja, veel producenten combineren meerdere GFSI-erkende schema’s, zoals FSSC 22000 én IFS, om toegang te krijgen tot verschillende marktsegmenten en afnemers. Omdat de onderliggende voedselveiligheidssystemen grotendeels overlappen, is de extra inspanning voor een tweede certificering vaak beperkter dan voor de eerste. De gecombineerde auditkosten en beheerlast zijn reëel, maar wegen voor veel producenten op tegen het voordeel van een bredere markttoegankelijkheid.

Wat moet ik als inkoper controleren als ik het certificaat van een nieuwe geitenkaas­leverancier beoordeel?

Controleer allereerst de geldigheid en de scope van het certificaat: dekt het daadwerkelijk de productcategorie en het productielocatie die voor jou relevant zijn? Kijk daarnaast naar de behaalde score of het grade-niveau en vraag indien mogelijk het meest recente auditrapport op om inzicht te krijgen in eventuele bevindingen en de opvolging daarvan. Een leverancier die transparant is over zijn auditresultaten en actief werkt aan verbeteringen, is doorgaans een betrouwbaardere partner dan een leverancier die enkel het certificaat toont.

Hoe werkt traceerbaarheid in de praktijk bij industriële geitenkaaslevering, en waarom is dit zo belangrijk bij audits?

Traceerbaarheid houdt in dat een producent voor elk eindproduct aantoonbaar kan herleiden welke grondstoffen zijn gebruikt, van welke leverancier deze afkomstig zijn en welke productie- en kwaliteitsregistraties van toepassing zijn. Bij audits wordt traceerbaarheid vrijwel altijd getest via een zogenaamde trace-oefening, waarbij de auditor een partij eindproduct of grondstof als startpunt neemt en de volledige keten doorloopt. Onvolledige traceerbaarheidsregistraties worden beschouwd als een majeure tekortkoming en kunnen directe gevolgen hebben voor de certificeringsstatus én voor de inkoopbeslissing van afnemers.

Zijn er specifieke aanvullende eisen voor geitenkaas ten opzichte van reguliere kaasproducten bij voedselveiligheidsaudits?

Geitenkaas kent een aantal specifieke aandachtspunten die bij audits extra aandacht krijgen, zoals de beheersing van zoönosen (zoals Q-koorts), de kwaliteit van de rauwe geitenmelk en de specifieke hygiëne-eisen rondom de verwerking van rauwe melkproducten indien van toepassing. Daarnaast zijn de allergenenbeheersing en de borging van de diersoortidentiteit (geen vermenging met andere melksoorten) relevante auditpunten. Producenten doen er goed aan deze geitenkaas-specifieke risico’s expliciet op te nemen in hun HACCP-analyse en risicobeoordelingen.

Hoe kan ik als productontwikkelaar al vroeg in een project zeker stellen dat mijn nieuwe geitenkaasproduct voldoet aan alle certificerings- en documentatie-eisen?

Begin met een certificerings- en marktvereistenanalyse al in de conceptfase van het product: breng in kaart welke afzetmarkt je beoogt, welke certificeringen de doelgroep vereist en of aanvullende eisen zoals halal, biologisch of retailspecifieke specificaties van toepassing zijn. Betrek je kwaliteitsafdeling en je leverancier vroegtijdig bij de productontwikkeling, zodat productspecificaties, allergenenregistratie en traceerbaarheidsvereisten direct worden meegenomen in het ontwerp. Dit voorkomt kostbare aanpassingen achteraf en versnelt het goedkeuringsproces bij potentiële afnemers.

Gerelateerde artikelen

Voedselveiligheidsinspecteur in witte jas inspecteert geitenkaaswiel op roestvrijstalen tafel in Nederlandse zuivelfabriek.