IFS en BRC zijn beide GFSI-erkende voedselveiligheidscertificeringen, maar ze verschillen in oorsprong, structuur en toepassing. IFS (International Featured Standards) is sterk vertegenwoordigd in Europa, met name in de retailmarkt van Duitsland en Frankrijk. BRC (British Retail Consortium) heeft zijn wortels in het Verenigd Koninkrijk en wordt wereldwijd breed geaccepteerd, ook buiten de retailsector. Voor een kaasproducent bepalen de afzetmarkt en het type afnemer welk certificaat het meest relevant is.
In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over IFS- en BRC-certificering voor kaasproducenten, van de concrete eisen tot de kosten en de auditvoorbereiding.
Welke eisen stellen IFS en BRC aan een kaasproducent?
Zowel IFS als BRC stellen strenge eisen aan voedselveiligheid, hygiëne, kwaliteitsmanagement en traceerbaarheid. IFS Food richt zich sterk op de naleving van gedetailleerde normen met een puntensysteem en percentuele scores. BRC Food werkt met een systeem van fundamentele vereisten en gradaties (A, B, C, D) op basis van afwijkingen. Beide standaarden vereisen een HACCP-systeem, interne audits en aantoonbare procesbeheersing.
Voor een kaasproducent betekenen deze eisen in de praktijk het volgende:
- HACCP-plan: een gedocumenteerde risicoanalyse voor elke productiestap, van melkontvangst tot verpakking
- Temperatuurbeheersing: strikte monitoring van rijpings- en opslagcondities voor zachte en gerijpte kaassoorten
- Allergenenbeleid: duidelijke scheiding en labeling, ook relevant bij kaas met kruiden of andere toevoegingen
- Traceerbaarheid: volledige documentatie van grondstof tot eindproduct, inclusief batch- en lotnummers
- Hygiëne en GMP: aantoonbare reinigingsprocedures en persoonlijke hygiëneprotocollen voor productiemedewerkers
BRC legt relatief meer nadruk op de productiefaciliteit zelf en de fysieke omgeving, terwijl IFS iets sterker inzet op de documentatie en het kwaliteitsmanagementsysteem als geheel. In de praktijk overlappen de eisen aanzienlijk.
Welke retailers accepteren IFS en welke vragen om BRC?
De keuze tussen IFS en BRC hangt sterk af van de retailmarkt waarop een kaasproducent zich richt. IFS wordt met name gevraagd door grote retailers in Duitsland, Frankrijk, Italië en andere Europese landen. BRC is de standaard voor leveranciers aan Britse supermarkten en wordt ook breed geaccepteerd in Noord-Amerika, Azië en andere internationale markten.
Een praktisch overzicht:
- IFS: Rewe, Edeka, Carrefour, Auchan, Lidl (Duitsland/Frankrijk-gericht)
- BRC: Tesco, Sainsbury’s, Marks & Spencer, Walmart, Costco
- Beide: veel grote internationale retailers accepteren inmiddels beide certificeringen als gelijkwaardig, omdat beide GFSI-erkend zijn
Het is verstandig om bij potentiële afnemers vooraf te verifiëren welk certificaat zij specifiek vereisen. Sommige retailers accepteren elk GFSI-erkend certificaat, terwijl anderen expliciet om IFS of BRC vragen in hun leverancierscontracten.
Wat kost het om IFS- of BRC-gecertificeerd te worden als kaasproducent?
De totale kosten voor IFS- of BRC-certificering als kaasproducent bestaan uit meerdere componenten: de auditkosten van de certificerende instelling, interne voorbereidingskosten en eventuele kosten voor aanpassingen aan de faciliteit of documentatie. De auditkosten variëren doorgaans tussen de 2.000 en 5.000 euro per certificering, afhankelijk van de omvang van de productielocatie en de duur van de audit.
Naast de directe auditkosten zijn er indirecte kosten waarmee rekening gehouden moet worden:
- Interne voorbereiding: tijd van kwaliteitsmedewerkers voor documentatie, interne audits en training
- Externe begeleiding: consultancykosten als externe expertise wordt ingeschakeld voor de voorbereiding
- Aanpassingen aan de faciliteit: investeringen in hygiënevoorzieningen, meetapparatuur of documentatiesystemen
- Jaarlijkse hercertificering: beide standaarden vereisen periodieke heraudits, doorgaans jaarlijks of eens per anderhalf jaar
De totale investering voor een eerste certificering, inclusief voorbereiding, ligt voor een middelgrote kaasproducent realistisch gezien tussen de 10.000 en 25.000 euro. Bij een goed ingericht kwaliteitssysteem kunnen de kosten voor heraudits aanzienlijk lager uitvallen.
Kan een kaasproducent beide certificeringen tegelijk houden?
Ja, een kaasproducent kan zowel IFS- als BRC-certificering tegelijk houden. Omdat beide standaarden GFSI-erkend zijn en grotendeels overlappende eisen stellen, is het mogelijk om met één geïntegreerd kwaliteitsmanagementsysteem aan beide te voldoen. Dit vereist wel een goede planning van de audits en een systeem dat aan de specifieke documentatievereisten van beide standaarden voldoet.
In de praktijk kiezen producenten voor een dubbele certificering als zij meerdere internationale markten bedienen met verschillende retailpartners. De extra kosten voor een tweede certificering zijn relatief beperkt als het kwaliteitssysteem al goed op orde is. Sommige certificerende instellingen bieden gecombineerde audits aan, waarbij IFS en BRC in één traject worden beoordeeld, wat tijd en kosten bespaart.
Welk certificaat past het beste bij levering aan de voedingsindustrie?
Voor levering aan de voedingsindustrie, zoals producenten van pizza’s, kant-en-klaarmaaltijden of andere verwerkte producten, is IFS Food Manufacturing een veelgebruikte standaard. Toch accepteren de meeste industriële afnemers beide GFSI-erkende certificeringen. De keuze hangt primair af van de geografische markt en de specifieke eisen van de afnemer, niet van het type certificering op zichzelf.
Industriële inkopers zoals productontwikkelaars en inkopers in de foodindustrie kijken bij certificering vooral naar:
- Consistentie van kwaliteit: aantoonbare procesbeheersing en reproduceerbare productspecificaties
- Traceerbaarheid: volledige documentatie van grondstof tot geleverd product
- Auditgeschiedenis: een schone audithistorie zonder kritieke afwijkingen geeft vertrouwen
- Flexibiliteit in specificaties: de mogelijkheid om productparameters af te stemmen op de productielijn van de afnemer
Voor leveranciers die specifiek gericht zijn op de Europese voedingsindustrie is IFS Food Manufacturing de meest herkenbare en gevraagde standaard. Wie ook buiten Europa levert, doet er verstandig aan om BRC Food of een gecombineerde certificering te overwegen.
Hoe bereid je een kaasproductiefaciliteit voor op een IFS- of BRC-audit?
Een goede voorbereiding op een IFS- of BRC-audit begint met een grondige gap-analyse: een vergelijking van de huidige situatie met de eisen van de betreffende standaard. Op basis daarvan worden verbeterpunten geprioriteerd en aangepakt voordat de externe auditor langskomt. Gemiddeld duurt een serieuze voorbereiding drie tot zes maanden voor een producent die nog niet eerder gecertificeerd is.
De belangrijkste stappen in de voorbereiding:
- Gap-analyse uitvoeren: breng in kaart waar de huidige processen en documentatie afwijken van de standaard
- HACCP-plan actualiseren: zorg dat de risicoanalyse up-to-date is en alle productiestappen dekt
- Documentatie op orde brengen: procedures, werkinstructies, registraties en kalibratielijsten moeten volledig en actueel zijn
- Interne audit uitvoeren: simuleer de externe audit met een interne of externe auditor om zwakke punten te identificeren
- Medewerkers trainen: alle productiemedewerkers moeten aantoonbaar op de hoogte zijn van hygiëneprotocollen en hun rol in het kwaliteitssysteem
- Faciliteit inspecteren: controleer de fysieke staat van de productieomgeving op hygiënische bouwkundige eisen, zoals vloerafwerking, ventilatie en pestbestrijding
Een veelgemaakte fout is het onderschatten van de documentatielast. Auditors verwachten niet alleen dat processen goed zijn ingericht, maar ook dat dit aantoonbaar is via registraties en logboeken. Begin daar vroeg mee.
Hoe DeJong Cheese omgaat met voedselveiligheidscertificering
Bij DeJong Cheese begrijpen wij dat voedselveiligheidscertificering voor onze afnemers geen formaliteit is, maar een zakelijke noodzaak. Als familiebedrijf met jarenlange ervaring in de productie van geitenkaasspecialiteiten onder het merk Alphenaer werken wij met gedocumenteerde processen en aantoonbare kwaliteitsbeheersing die aansluiten bij de eisen van onze internationale retail- en industriële partners.
Wat wij onze partners bieden op het gebied van certificering en kwaliteitsborging:
- Volledige traceerbaarheid van melk tot eindproduct, per batch gedocumenteerd
- Consistente productspecificaties die aansluiten bij de eisen van industriële productieprocessen
- Transparante communicatie over certificeringsstatus en auditresultaten
- Maatwerk in productspecificaties voor foodservice en industrie toepassingen
- Persoonlijk contact met onze kwaliteitsafdeling voor technische vragen en documentatieverzoeken
Of u nu als inkoper op zoek bent naar een betrouwbare geitenkaasleverancier voor uw productielijn, of als productontwikkelaar een partner zoekt die meedenkt in innovatieve toepassingen: wij denken graag met u mee. Neem contact met ons op om te bespreken hoe wij uw kwaliteitseisen kunnen invullen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een kritieke afwijking en een majeure afwijking bij een BRC- of IFS-audit?
Bij een BRC-audit leidt een kritieke afwijking direct tot het niet behalen van het certificaat, omdat er sprake is van een ernstig voedselveiligheidsrisico of een volledig falen van een fundamentele eis. Een majeure afwijking betekent dat een belangrijke eis niet wordt nageleefd, maar het certificaat kan alsnog worden verleend als de afwijking binnen een afgesproken termijn wordt opgelost. Bij IFS werkt het puntensysteem anders: een ‘KO’ (knock-out) resultaat op een kritieke norm leidt eveneens tot directe afwijzing, terwijl lagere scores op overige normen de totaalscore drukken maar niet automatisch tot afwijzing leiden. Het is voor kaasproducenten essentieel om vooraf te weten welke normen als kritiek of fundamenteel worden beschouwd, zodat deze tijdens de voorbereiding extra aandacht krijgen.
Hoe lang is een IFS- of BRC-certificaat geldig, en wat gebeurt er als de herdatum wordt gemist?
Zowel IFS Food als BRC Food certificaten zijn doorgaans twaalf maanden geldig, waarna een heraudit vereist is om de certificering te behouden. BRC biedt bij een grade A-resultaat soms de mogelijkheid van een audit eens per achttien maanden. Als een kaasproducent de herdatum mist of de heraudit niet tijdig plant, vervalt het certificaat en moet er een volledige initiële audit worden uitgevoerd om opnieuw gecertificeerd te worden. Het is daarom sterk aan te raden om de heraudit minimaal twee tot drie maanden voor de vervaldatum in te plannen, zodat er voldoende tijd is voor eventuele correctieve maatregelen.
Welke certificerende instellingen (CB's) zijn geaccrediteerd voor IFS en BRC in Nederland?
In Nederland zijn meerdere geaccrediteerde certificerende instellingen (Certification Bodies) actief voor zowel IFS als BRC, waaronder LRQA (voorheen Lloyd’s Register), Bureau Veritas, SGS, Kiwa en DNV. Het is belangrijk om een CB te kiezen die specifieke ervaring heeft met zuivelbedrijven of kaasproducenten, omdat de auditor dan beter in staat is om sectorspecifieke risico’s te beoordelen. Vergelijk naast prijs ook de beschikbaarheid van auditors met zuivelexpertise en de reputatie van de instelling bij uw afnemers, want sommige retailers hebben een voorkeur voor specifieke CB’s.
Moet een kaasproducent ook zijn toeleveranciers van melk of ingrediënten laten certificeren?
Zowel IFS als BRC vereisen dat kaasproducenten een gedocumenteerd leveranciersbeoordelingssysteem hebben, maar dit betekent niet automatisch dat alle toeleveranciers zelf gecertificeerd moeten zijn. Leveranciers van risicovolle ingrediënten, zoals melk, starters of kruiden, moeten aantoonbaar worden beoordeeld op voedselveiligheid via audits, vragenlijsten of het opvragen van certificaten en analysecertificaten. Heeft een toeleverancier zelf een GFSI-erkend certificaat, dan kan dit als bewijs van leveranciersbeoordeling worden geaccepteerd, wat de administratieve last aanzienlijk verlicht. Het is verstandig om in uw inkoopprocedure vast te leggen welke eisen u per risicocategorie van leveranciers stelt.
Wat zijn de meest voorkomende redenen waarom kaasproducenten zakken voor een IFS- of BRC-audit?
De meest voorkomende oorzaken van een onvoldoende auditresultaat bij kaasproducenten zijn onvolledige of verouderde documentatie, een HACCP-plan dat niet aansluit op de actuele productiepraktijk, en tekortkomingen in de fysieke staat van de productieomgeving zoals beschadigde vloeren, onvoldoende pestbestrijding of gebrekkige scheiding van risicogebieden. Daarnaast worden medewerkers regelmatig onvoldoende getraind bevonden: ze kunnen de hygiëneregels niet uitleggen of handelen er niet consequent naar. Een interne pre-audit, uitgevoerd door een onafhankelijke auditor die de standaard goed kent, is de meest effectieve manier om deze valkuilen vóór de officiële audit te identificeren en te corrigeren.
Is IFS of BRC ook verplicht voor kaasproducenten die uitsluitend aan de Nederlandse binnenlandse markt leveren?
Een wettelijke verplichting tot IFS- of BRC-certificering bestaat niet voor de Nederlandse binnenlandse markt; de wettelijke voedselveiligheidseisen zijn vastgelegd in Europese wetgeving zoals de Algemene Levensmiddelenverordening (EG 178/2002) en de hygiëneverordeningen. In de praktijk stellen grote Nederlandse retailers en foodservicegroothandels echter steeds vaker een GFSI-erkend certificaat als contractuele voorwaarde voor leveranciers. Voor kaasproducenten die uitsluitend aan lokale boerenmarkten, speciaalzaken of horeca leveren, is certificering minder gangbaar, maar het kan ook voor kleinere producenten een onderscheidend kwaliteitssignaal zijn richting professionele inkopers.
Kan een kleine of ambachtelijke kaasproducent ook in aanmerking komen voor IFS of BRC, of zijn deze standaarden alleen geschikt voor grote bedrijven?
Zowel IFS als BRC zijn in principe schaalbaar en toepasbaar voor producenten van verschillende groottes, inclusief kleinere en ambachtelijke kaasmakers. In de praktijk zijn de administratieve en financiële lasten relatief zwaarder voor kleine bedrijven, omdat dezelfde documentatie- en systeemeisen gelden ongeacht de bedrijfsomvang. IFS biedt met ‘IFS Broker’ en ‘IFS Wholesale/Cash u0026 Carry’ ook aangepaste standaarden voor andere schakels in de keten, maar voor productie blijft IFS Food de relevante norm. Kleine producenten die certificering overwegen, doen er verstandig aan om te beginnen met een externe gap-analyse en de haalbaarheid af te wegen tegen de commerciële noodzaak vanuit hun specifieke afnemers.
Gerelateerde artikelen
- Hoe vergelijk je technische datasheets van verschillende geitenkaasproducenten?
- Hoe bescherm je je inkoopbudget tegen prijsschommelingen in geitenmelk?
- Wat zijn de uitdagingen bij het schalen van een artisanaal geitenkaasconcept?
- Hoe zorg je dat je leverancier altijd voldoet aan de laatste voedselveiligheidseisen?
- Welke Europese wetgeving geldt voor geitenkaas in de voedingsindustrie?
